Marie kamphuis stichting

Tekstgrootte

Uitgelicht

door Liesbeth Simpelaar

Nieuwe serie: Forum

Per september 2018 een nieuwe serie Uitgelichtjes: de serie Forum.
Een keer in de twee maanden verschijnt een stukje waarin een thema uit de geschiedenis van het sociaal werk wordt belicht, en daarbij vragen we praktijkvoorbeelden van nu! 

Zo komt de praktijk van sociaal werkers voor het voetlicht. En staat die meteen in verband met verworven kennis en theorie.

De praktijkvoorbeelden worden op deze pagina geplaatst. Als u dat wil kan dat anoniem - geef maar aan. Daarnaast zullen ze worden bewaard in het Marie Kamphuis Archief.

Hebt u een praktijkvoorbeeld? Dat is heel welkom! Schriftelijk of mondeling? We kunnen een afspraak maken voor een kort interview, al of niet telefonisch. Stuur een berichtje naar Liesbeth Simpelaar, archief@mariekamphuisstichting.nl


Marie Kamphuis over schuld, socialisme en sociale aanpassing

28 februari 2019












In de koude oorlogswinter van 1944 zocht Marie Kamphuis haar toevlucht tot de Groningse universiteitsbibliotheek. Op haar kamer had ze geen verwarming en de opleiding waar ze in 1943 directrice van was geworden lag stil.
In die bibliotheek deed ze onderzoek voor haar artikel Uit de Voorgeschiedenis van het ĎHelpen als ambachtí (1) en kwam ze de Verspreide Geschriften tegen van Allard Pierson. Daaruit nam ze in haar artikel dit citaat op:

"Geef mij, die mij medeplichtig gevoel aan al het verkeerde in de maatschappij, geef mij op de groote bank der beschuldigden een plaats naast den schuldigste; geef mij, die krank ben en onwetend, in ons groot hospitaal een plaats naast den meest aangetaste!Ē (2)
Dat klinkt als een smeekbede aan God, en dat was het waarschijnlijk ook.

Schuld

Pierson (1831-1896, predikant, letterkundige en kunsthistoricus), voelde zich solidair met de laagste klasse, de uitgebuite arbeiders in krottenwijken, en het kon hem niet schelen als hij daardoor socialist werd genoemd. Hij riep op tot christelijke medemenselijkheid, tot een werken van beneden naar boven inplaats van het neerbuigende van boven naar beneden van de filantropen.

Dat moet Kamphuis erg hebben aangesproken. Want, zo vertelde ze in een interview met Ischa Meijer, tot in de eerste helft van de 20ste eeuw lag ze in de clinch met christenen die dachten dat het de eigen schuld was van mensen als ze in de marge van de samenleving leefden. Ook vertelde ze Meijer dat ze in de jaren í30, toen ze de opleiding voor maatschappelijk werkster in Amsterdam (de CICSA) volgde, socialist was geweest (3).  

Socialisme

Zo kwam het dat Kamphuis in het artikel schreef dat het een hele vooruitgang was toen socialisten en mensen als Pierson invloed kregen. Armoede ontstond door maatschappelijke ontwikkelingen, door industrialisatie en bevolkingstoename (4). De term Ďmaatschappelijk werkí betekende eind 19de, begin 20ste eeuw dan ook hulp bij maatschappelijke nood, d.w.z. nood als gevolg van sociaal-economische factoren (5). De opleidingen deden echter hun best iedere associatie met socialisme te vermijden, want dat kostte hen studenten.

Maar in het begin van de 20ste eeuw, vooral na de Tweede Wereldoorlog, vond er een verschuiving plaats, constateerde Kamphuis. Sociale wetgeving kwam tot stand, verenigingen en instellingen werden opgericht. Door die verbeteringen kwam de bestrijding van armoede een stuk minder hoog op de agenda te staan en het maatschappelijk werk richtte zich ook op de middenklasse. Ook bleek Ēdat men heel wat uiterlijke omstandigheden van mensen veranderen kan en hen materieel en maatschappelijk zo goed mogelijk kan outilleren, terwijl dan toch bepaalde vormen van nood kunnen blijven bestaan of opnieuw ontstaan.Ē (6) Het kostte mensen door hun beperktheid moeite om sociaal goed te functioneren.   

Uit die laatste ontwikkelingen vloeide het social casework voort, dat de nadruk legde op psychische en psychosociale factoren (woning, werk en gezin). Al met al kreeg het social casework een begrensde taak voor alle bevolkingsgroepen, namelijk sociale aanpassing (7).

Sociale aanpassing

Sociale aanpassing klinkt in onze oren toch weer bevoogdend, van boven naar beneden. Maar die term had in die tijd een wat andere lading en betekenis.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog was sociale wederopbouw noodzakelijk. Veel mensen waren ontworteld door de ingrijpende gebeurtenissen in de oorlog en moesten zich weer aanpassen, of zoals we het nu zouden zeggen, Ďhun plek weer vinden in de samenlevingí.
Verder was de term 'sociale aanpassing' gebruikelijk in de psychoanalyse, die tot de jaren '60 erg populair was en veel invloed heeft gehad op het social casework. Uit andere publicaties van Kamphuis blijkt dat ze overigens niet alleen sociale aanpassing als doel stelde, ook vergroting van zelfstandigheid. Maar ook dat stemt overeen met ideeŽn uit de psychoanalyse.
In het social casework probeerden maatschappelijk werkers met gesprekstechieken en het hanteren van (on)bewuste psychologische mechanismen door te dringen tot de Ďwerkelijkeí psychologische problemen van cliŽnten. Dan kon er gewerkt worden naar een versterking van het Ďikí, zodat behoeftes, verstand en geweten met elkaar in balans zouden komen en mensen zich beter konden aanpassen aan (Ďkonden omgaan metí, zouden wij zeggen) situaties. Toch een onversneden freudiaans gebeuren (8).

Kortom, sociaal werkers richtten zich op het repareren en polijsten van de kleine raderen van de maatschappij, het individu en diens directe omgeving. In het optimisme over de verzorgingsstaat leek de bestrijding van maatschappelijke oorzaken, vanuit de maatschappelijke schuld die Pierson zo indringend naar voren bracht, niet meer zo nodig. Zoals bekend leidde dit tot ongezouten kritiek van de tegenbeweging tijdens de jaren í60 en í70.

Nu

Sinds de jaren í90 ligt de focus echter weer op het individu. Kristel Driessens en Dirk Geldof schreven in 2009:

"Hoe sterker het beleid zich richt op de middenklasse in de samenleving, hoe groter de druk op
sociaal werkers om individualiserend en zelfs normaliserend te werken. Naast het economisch
klimaat speelt immers ook het maatschappelijke en politieke klimaat. Het neoliberalisme van
de afgelopen twee decennia, met een sterke nadruk op individuele vrijheid en individuele
verantwoordelijkheid, en met een voortdurend pleidooi voor marktwerking en een kleinere
overheidstussenkomst, werkt ook door in het sociaal werk. Het duwt de slinger sterker dan
ooit richting individueel werk.Ē (9)

Driessens en Geldof constateren een historische pendelbeweging in het sociaal werk tussen de  gerichtheid op het individu en op maatschappelijke structuren. De laatste tijd is er veel aandacht naar hoe daar balans in kan komen, naar hoe signalering, sociale actie en mensenrechten geÔntegreerd kunnen worden in de taken van het sociaal werk.

Het is nog aandacht van denkers. Theorie. We zijn er benieuwd naar hoe dat in de praktijk is.
Mail naar archief@mariekamphuisstichting.nl en vertel uw ervaringen.


Beeld
Honoré Daumier (1808-1879): Derdeklastreinwagon. Vrij van auteursrechten:
https://commons.wikimedia.org/wiki/File:The_Third-Class_Carriage_MET_DT2142.jpg

Noten
(1) Interview Ischa Meijer met Marie Kamphuis deel 1, Zaken van de ziel, 1992
https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_212465~afl-1-marie-kamphuis-deel-1-zaken-van-de-ziel~.html
(2) Pierson, Allard (1902), ĎEen schrede voorwaartsí, in: Verspreide geschriften, eerste reeks, deel 1, p. 355:
https://www.dbnl.org/tekst/pier003vers02_01/pier003vers02_01_0015.php. Citaat in Kamphuis, Marie, Uit de voorgeschiedenis van het Ďhelpen als ambachtí (oorspronkelijk verschenen als hoofdstuk 1 in ĎHelpen als ambachtí, Bosch en Keuning, Baarn, 1953) (Marie Kamphuis Archief inventarisnr. 1.1.1), p. 45
(3) Interview Ischa Meijer met Marie Kamphuis deel 2, Zaken van de ziel, 1992:
https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_212440~afl-2-marie-kamphuis-deel-2-zaken-van-de-ziel~.html
(4) Kamphuis, Marie., Uit de voorgeschiedenis van het Ďhelpen als ambachtí (oorspronkelijk verschenen als hoofdstuk 1 in ĎHelpen als ambachtí, Bosch en Keuning, Baarn, 1953) (Marie Kamphuis Archief inventarisnr. 1.1.1), p. 45,46
(5) idem, p. 48
(6) idem, p. 48
(7) idem, p. 49
(8) Oosterhuis, Harry en Gijswijt-Hofstra, Marijke (2008), Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), band I, Bohn Stafleu van Loghum, Houten, p. 686. Lees verder over de spanning tussen disciplinering en emancipatie in het social casework: Verzelen, Wim, Disciplinering en emancipatie: het DNA-profiel van het sociaal werk, http://www.canonsociaalwerk.eu/be/essays.php#essay_7
(9) Driessens, Kristel en Geldof, Dirk (2009), Individu en/of structuur? Of wat wil het sociaal werk aanpakken? http://www.canonsociaalwerk.eu/be/essays.php#essay_2, p. 6

Marie Kamphuis over sociale actie

30 januari 2019











Bovenstaande foto is van een heel brave demonstratie uit 2016, maar het kan ook anders. In 1970 leegden bewoners van een woonwagenkamp een ton vol met hun dagelijkse behoeften in de hal van het stadhuis van het Groningse dorp Sellingen. Ondanks eerdere klachten hadden ze nog steeds geen toiletten in het kamp. (1)
 
Deze gebeurtenis haalde Marie Kamphuis aan in haar lezing Sociale Actie nu?! (2). Als de woonwagenbewoners het een aantal jaren eerder hadden gedaan, zei ze, "zouden ze hardhandig zijn weggewerkt en geverbaliseerd. Nu wordt zelfs van de burgemeester verwacht dat hij (met die stank!) glimlachend deze deputatie ontvangt. En de woonwagenbewoners krijgen hun zin. (Gelukkig overigens!)Ē (p. 14). Ze constateerde dat er een mentaliteitsverandering heeft plaatsgevonden in de maatschappij.   

Tolerantie en sterke beroepsgroepen

Door die nieuwe tolerantie, "die het mogelijk maakt dat men met activiteit en agressie aan zijn trekken komtĒ (p. 14) was sociale actie mogelijk geworden. Maar ook dankzij de sterker wordende beroepsgroepen van sociaal werkers. Die vond Kamphuis heel belangrijk: "Wees niet zulke individualisten als dienstverleners jaren geweest zijn, maar zie dat men eerst samen wat bereiken kanĒ (p. 16).
En Kamphuis moedigde dat aan: "Nu moet het ook gebeuren. En het gebeurt nu gelukkig ook, de acties springen als paddestoelen uit de grond en de dienstverleners zitten er op allerlei wijze middeninĒ (p. 15).

Kritiek Kamphuis

Vanaf eind jaren zestig was sociale actie een rage, vooral op sociale academies. Maar hoe instemmend Kamphuis hier ook lijkt, ze zou Kamphuis niet zijn als ze zonder meer meeging met de heersende mode. Voorstanders van sociale actie brandden de toenmalige sociale dienstverlening volledig af, en daar kon ze natuurlijk helemaal niet in meegaan.

Die voorstanders schreven, in een variant op Karl Marxí uitspraak "godsdienst is opium voor het volk", dat het maatchappelijk werk de samenleving had overdekt met slagroom. Het casework was conformistisch, alleen gericht op maatschappelijke aanpassing. Maar individuele problemen waren politieke problemen en vereisten een heel andere strategie.  
Kamphuis bracht daartegenin dat in de jaren vijftig en zestig "met veel inzet een echt democratisch en doelmatig helpen werd gerealiseerdĒ (p. 13) en dat de professie daar druk mee was. Zowel kwantitatief (weinig studenten, grote doorloop) als kwalitatief was de professie toen nog te zwak. En door overheid en besturen werd het maatschappelijk werk gedefinieerd tot een beperkt soort dienstverlening, door "u weet wel, van die hulpvaardige juffrouwen" (p. 13, noot 17b).
Sociale actie kon in die tijd nog niet gedaan worden.
En nu wel, maar sociaal werk was geen vrij beroep, het werken binnen een instelling bood slechts beperkte actiemogelijkheden. Kamphuis riep ertoe op om te bekijken welke mogelijkheden realistisch waren (p. 16). Maar er waren ondertussen wel een aantal dingen die sociaal werkers konden doen.

Wat sociaal werkers konden doen

1. Praktijkvoorbeelden van sociale actie verzamelen en analyseren.
Vanuit die voorbeelden konden sociaal werkers samen met gedragswetenschappers theorieŽn en technieken ontwikkelen. Want het begrip Ďsociale actieí was nog veel te vaag; nagedacht moest worden over de doelen en over het hoe, wat, door wie en wanneer. Sociaal werkers waren immers aan hun beroep verplicht om deskundig en verantwoord te werk te gaan.

2. Beide methoden hanteren: individuele hulpverlening Ťn sociale actie.
Er hoefde volgens Kamphuis niet gekozen te worden, beide methoden bleven nodig. Daar voerde ze verschillende redenen voor aan:
- Er zijn problemen die niet beÔnvloed worden door maatschappelijke structuren.
- Bij problemen met een maatschappelijke component zijn vaak zowel sociale actie als individuele hulpverlening op hun plaats. Zowel het conflictmodel (de sociaal werker strijdt samen met de cliŽnt tegen de maatschappij) als ook het integratiemodel (de sociaal werker streeft naar aanpassing van de cliŽnt aan de maatschappij) moest worden gehanteerd (p. 16). Uitgezocht moest worden welke methode wanneer het meest passend is.
- Door de welvaartsmaatschappij nemen individuele, psychosociale problemen komende tijd toe (p. 15).
Deze laatste reden van Kamphuis klinkt overigens een beetje vreemd, want als het door de welvaartsmaatschappij komt zouden die problemen juist niet individueel zijn.

3. Bij sociale actie niet alleen het conflictmodel hanteren.
Ook bij beÔnvloeding van de omgeving is volgens Kamphuis het conflictmodel niet altijd het beste model. "Heel wat veranderingen in de omgeving, waarbij de werker Ďzich actief opsteltí, verlopen bepaald niet met conflictenĒ (p. 8).

Valkuilen bij sociale actie

Kamphuis waarschuwde ook voor valkuilen. Als bepaalde aspecten worden verwaarloosd - welke noemde ze niet - kan er een boemerangeffect ontstaan, waarbij de actievoerders (cliŽnt en/of sociaal werker) alleen maar de dupe worden van hun poging.  
Ook kan er een penicilline-effect optreden. De samenleving raakt dan gewend aan protest. De gevestigde orde (overheid, machtige bedrijven, pers) ontwikkelt antistoffen en wordt immuun.

Het penicilline-effect doet denken aan het begrip Ďrepressieve toleratieí (3) dat de filosoof Marcuse in 1965 invoerde. Misschien had Kamphuis daarover gelezen of gehoord. Marcuse bedoelde met repressieve tolerantie dat het een kwalijk gevolg heeft als alle protest in een samenleving gelijkwaardig wordt behandeld. Want als destructief protest, dat de democratie wil ondermijnen, een gelijke plaats heeft, wordt het Ďgoedeí protest van haar kracht beroofd.

Is dat penicilline-effect in de 21ste eeuw inmiddels opgetreden? We zijn er inmiddels (bijna) aan gewend dat persoonlijke meningen ongezouten worden geuit. Onwrikbare opinies en gewelddadige protestacties worden vaak bepaald door onderbuikgevoelens en door jongerenbendes die alleen maar uit zijn op een rel. Soms geeft de overheid zelfs toe, met als reden dat maatschappelijke onrust moet worden vermeden, wat op een vorm van chantage gaat lijken. Wordt Ďbeschaafdí protest, dat haar boodschap respectvol wil overbrengen, nog wel gehoord?

Des te meer reden om, zoals Kamphuis aanbeveelt, deskundig te werk te gaan en op te pakken waar onze voorgangers in de jaren zeventig en tachtig gebleven zijn.

Foto:
Liesbeth Simpelaar: Utrecht, demonstratie 5 juni 2016 tegen verbreding A27  (vrij van auteursrechten)

Bronnen
(1) Artikel in de Nieuwe Leidsche Courant, 24 februari 1970: https://leiden.courant.nu/issue/NLC/1970-02-24/edition/0/page/5  (rechtsonder)
(2)  Kamphuis, Marie (1970), Sociale Actie nu?! Rede ter gelegenheid van haar afscheid als directrice van de ASCA. Uitgeverij De Tijdstroom, Lochem. Marie Kamphuis Archief, inventarisnummer 1.1.1.
(3) Meer info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Repressieve_tolerantie

Een keuze voor isolement

Praktijkvoorbeeld bij thema 2: Mag een cliŽnt keuzes maken die indruisen tegen het eigenbelang?
20 November 2018
Door Lou Jagt

















 

Ik neem een casus die ik gebruikt heb in mijn boek Onvrijwillige Hulpverlening en zal daarbij beschrijven wat ik als sociaal werker zou doen.

In De  Stem van 12 november 1998 werd onder de titel Zwijgzaam stel uit Geldrop een artikel gepubliceerd over een zonderlinge broer en zus die al jarenlang op dezelfde plek wonen, aanvankelijk in een woonboerderij, daarna in een schuur, vervolgens in een kippenhok en sinds kort in een provisorisch bouwsel tussen het onkruid. Er is geen toilet en geen aansluiting op gas, licht en water. Het tweetal wisselt al jaren geen woord meer met de buitenwacht, officiŽle stukken blijven onbeantwoord. Twee broers zijn aangesteld als bewindvoerder en voor de rest kan er niets gedaan worden. "Het is hun vrije keus om zo te leven,Ē aldus de burgemeester.

Het gaat in deze zaken vrijwel altijd om een afweging tussen het zelfbeschikkingsrecht en het recht op een menswaardig bestaan. Het maakt hierbij een groot verschil door wiens bril naar de woon- en leefomstandigheden wordt gekeken en vanuit welke visie een afweging wordt gemaakt. De krantenkop Niet betuttelen, niet laten verzuipen (NRC 15 okt.1998) verwoordt in kort bestek het dilemma. Of wel of niet tot ingrijpen besloten wordt: altijd dienen hulpverleners van hun besluit verantwoording af te leggen. (1)

Wat zou ik als sociaal werker in deze situatie doen? Mijns inziens is de methode Taakgerichte Hulpverlening bij uitstek geschikt om de verstrengeling die vaak bestaat tussen gedrag dat anderen schaadt en gedrag dat het eigenbelang schaadt, te ontwarren en bespreekbaar te maken.
In deze situatie is er geen sprake van overlast voor de naaste omgeving. Een gevaarlijke staat van zelfverwaarlozing is mogelijk aanwezig maar dat zal door de zus en broer in Geldrop vooralsnog ontkend worden. Deze mensen dan maar gewoon laten verzuipen? Dat lijkt mij voor een sociaal werker geen verantwoorde keus.

Mijn keus zou zijn: de vinger aan de pols houden, deze mensen bijvoorbeeld eenmaal per maand bezoeken, samen met een verpleegkundige en daarvan een beknopt verslag maken. Het zal een hele klus zijn een ingang te vinden bij deze mensen. Uitvinden wat in hun leefsituatie hen kan aanspreken is een mogelijkheid. Iets meebrengen op het gebied van eten en drinken, een klusje verzorgen in de chaos, etc. Iets kleins, en dat herhalen.
Mogelijk creŽer je daarmee een basale verstandhouding die kansen biedt voor een verdergaande hulpverlening indien dat nodig lijkt.

Bron: (1) Jagt, Lou (2010), Onvrijwillige Hulpverlening, uitg. Bohn Stafleu van Loghum, p 61
Foto: Liesbeth Simpelaar

Mag een cliŽnt keuzes maken die indruisen tegen het eigenbelang?

Thema 2 van serie Forum, 6 november 2018



















Stel, je cliŽnt neemt een beslissing die in jouw ogen schadelijk is voor hem/haar zelf. Probeer je het besluit te beÔnvloeden, ja of nee?

Je hebt bijvoorbeeld een cliŽnt die obesitas heeft en alle hulp weigert om slechte eetgewoontes te veranderen. Of een cliŽnt die telkens teruggaat naar haar mishandelende partner. Of een cliŽnt die in armoede leeft en een lening wil afsluiten om een dure auto te kopen. Of een gehandicapte cliŽnt die een opleiding wil volgen maar daarin volgens de medische diagnose niet zal slagen.

Wat weegt voor jou zwaarder, de keuzevrijheid of het eigenbelang van de cliŽnt? Je kunt iemand natuurlijk niet dwingen. Maar houd je je meer op de vlakte en laat je de cliŽnt in zijn/haar beslissing, of ga je praten als brugman en wellicht een beetje sturen? Waar leg je het accent?

Vanuit de literatuur zijn er allerlei argumenten aangedragen voor beide handelwijzen. Ik zet ze hier even op een rijtje.

Handelwijze 1. De cliŽnt brengt alleen schade toe aan zichzelf, dus je moet diens keuzevrijheid respecteren. Want:

  • Als iets eigen keus is, zijn tegenslagen makkelijker te verdragen (1)
  • Zelfbeschikking houdt het recht in om te falen. Al zijn doelen en keuzes van cliŽenten onrealistisch, sociaal werkers mogen niet ontmoedigen maar moeten faciliteren. Alleen door eigen ervaring kan een mens zijn/haar capaciteiten testen, leren van fouten en verantwoordelijkheidsgevoel opbouwen. Sociaal werkers zijn vaak te risicomijdend, ze leggen de nadruk op afwegen van voor- en nadelen, dat kan ook een te eng conservatisme inhouden. Het leven is niet perfect, mensen zijn niet perfect, hulpverlening houdt in dat je mensen daarmee leert leven. (2)  
  • Het is de plicht van sociaal werkers om cliŽnten en hun beslissingen te respecteren; het belangrijkste is het in stand houden van de vertrouwensrelatie. (3)
  • Wie ben ik als sociaal werker om te denken dat ik een juistere beslissing neem dan de cliŽnt zelf? Als iemand geestelijk in staat is besluiten te nemen, is zelfbeschikking  een democratisch recht. Je moet het recht op zelfbeschikking zo breed mogelijk laten functioneren. (4)
  • Als een cliŽnt alleen zichzelf in de vingers snijdt, moet je diens keuzevrijheid respecteren. In de beroepscode (2016, p. 9) staat: ĎDe maatschappelijk werker erkent de eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid van handelen van de cliŽnt, binnen de grenzen die door de wetgever zijn gesteld. De maatschappelijk werker let erop dat de cliŽnt de consequenties van zijn keuzen overziet en daarmee niet de keuzevrijheid en het welzijn van anderen belemmert.í
  • Maatschappelijk werkers mogen hun eigen doelstellingen niet opleggen, ze eerbiedigen het recht van cliŽnten hun eigen besluiten te nemen en zelf hun plannen te maken. Anders beschouw je, net als in de oude filantropie, de ontvanger van hulp als je mindere. (5)

Handelwijze 2. De cliŽnt brengt alleen schade toe aan zichzelf, maar het is jouw verantwoordelijkheid om de gevolgen van de keuze goed te bespreken; eventueel te sturen, eventueel zelfs als voorwaarde voor hulp te stellen dat die gevolgen worden besproken. Want:

  • Het is te kort door de bocht om te zeggen dat sociaal werkers mensen helpen te doen wat ze willen. Sociaal werkers hoeven niet mee te gaan met elke gril, elke tijdelijke gemoedstoestand. Ze moeten zorgen dat cliŽnten hun besluiten weloverwogen nemen. (6)
  • Sociaal werkers moeten cliŽnten respecteren als persoon. Dat houdt ook in dat sociaal werkers de verplichtingen erkennen die die persoon heeft ten aanzien van anderen en ten aanzien van zichzelf. Vaak is het de sociaal werker die deze verplichtingen aan de orde moet stellen. Dat vindt plaats in het proces van besluiten nemen, dat onderdeel is van het social casework. (7)
  • Zelfbeschikking is een relatief, geen absoluut principe: ĎIf the client is endangering others or himself, it must be superseded by another, namely, the worker ís responsibility to prevent suffering.í (8)
  • De sociaal werker moet zorgen dat de tijd genomen wordt om de beslissing te bespreken en op zoek gaan naar onderliggende wensen en conflicterende gevoelens. Wat mensen willen is niet eenduidig, er zitten verschillende kanten aan en het verschilt in de tijd. (9)
  • Sociaal werkers beinvloeden cliŽnten al met versterkende, instemmende, afkeurende en negerende reacties. Ze gebruiken altijd al hun autoriteit, ook als ze non-directief denken te zijn. (10)
  • Soms is niet te verwachten dat een cliŽnt leert van zijn/haar fouten en op de lange termijn in staat zal zijn zelf beslissingen te nemen. (11)

Vraag aan jou:
Kun je een praktijkvoorbeeld geven, waarin de cliŽnt iets wilde wat volgens jou indruiste tegen diens eigenbelang? Hoe heb je gehandeld en waarom? Hoe pakte dat uit?


Bronnen
1. Perlman, Helen, ĎSelf-Determination: Reality of Illusioní? In: McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, Routledge & Kegan Paul, London and Boston, 1975, p. 69. Marie Kamphuis Archief, inventarisnummer 1.7
2. Soyer, David, ĎThe Right to Failí. In: McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, p. 53-64
3. McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, p. 9 (Visie vanuit een deontologische ethiek)
4. Kamphuis, Marie, Wat is social casework? Samsom, Alphen aan de Rijn,, 1977, 11de druk, p. 73,74. Marie Kamphuis Archief, inventarisnummer 1.1.1
5. Hamilton, Gordon, Theorie en practijk van het social casework, Ploegsma Amsterdam. 1951, p. 14-17
6. Timms, Noell, Social Casework, Routledge and Kegan Paul, New York, 1966,  p. 61
7. Timms, Noell, Social Casework, p. 62
8. Whittington, Colin, ĎSelf-Determination re-examinedí. In: McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, p. 82 (Whittington citeert hier Florence Hollis)
9. Bernstein, Saul, ĎSelf-determination: King or Citizen in the Realm of Values?í In: McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, p. 34,35
10. Whittington, Colin, ĎSelf-Determination re-examinedí. In: McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, p. 89 (Whittington beschrijft hier een onderzoek)
11. McDermott, F.E., Self-Determination in Social Work, p 9

Foto: Liesbeth Simpelaar
                                                                                                                                                    

Out-of-the-boxoplossing

Reactie uit de praktijk op thema 1: Helpen bij het maken van keuzes
10 oktober 2018

Door Joyce Neijenhuis
- Praktijk Joyce Neijenhuis voor psychosociale begeleiding & consultancy: http://joyceneijenhuis.nl/
- Direceur BMW Voor Elkaar BV: https://www.bmwvoorelkaar.nl/

Regelmatig begeleid ik werknemers bij het maken van keuzes. Soms als bedrijfsmaatschappelijk werker (bmwíer), maar ook vaak als vertrouwenspersoon voor ongewenste omgangsvormen.
Daarbij gebruik ik twee methodes: Moreel Beraad en Problem Solving Therapy (PST), met de stappen die daarin geformuleerd zijn. Deze methodes en de stappen daarbij hebben duidelijke raakvlakken met wat Perlman beschreef in de twintigste eeuw.

Leuk om hier middels dit stuk weer even mee bezig te zijn, ik pas het zo regelmatig toe dat het bijna geen stappen meer zijn voor mij.

Moreel Beraad

Bij een vraag over zingeving of ten aanzien van waarden en normen vind ik het Moreel Beraad een mooie methode. Vooral de eerste fase van het Moreel Beraad kan de cliŽnt helpen te onderzoeken waarom de vraagstelling is zoals die is. Zijn er externe factoren, bijvoorbeeld uit de privé-sfeer, die oorzaak zijn van of invloed hebben op het probleem? Waardoor wordt het dilemma beÔnvloed of veroorzaaakt? Door op deze "trageĒ manier te kijken onderzoekt de cliŽnt de beweegredenen van zijn/haar vraag. Een mooie manier om te werken. CliŽnten moeten soms wel wennen aan deze manier van denken maar ervaren dit vaak later als zeer waardevol.

De fases van het Moreel Beraad zijn:
1. Onderzoek van de situatie en van het dilemma
2. Weging
3. Besluitvorming

Mijn rol is vooral begeleidend, faciliterend, ik help bij het stellen van de juiste vragen en houd ook een spiegel voor. Het is van belang dat vooral de cliŽnt aan het werk is. In mijn begintijd als bmwíer was ik vooral hard aan het werk!

Problem Solving Therapy

Heel praktisch zijn de zeven stappen van de PST:
1. Verkenning en heldere omschrijving van het probleem
2. Stellen van een realistisch doel
3. Genereren van mogelijke oplossingen
4. Overwegen van voor- en nadelen van elke mogelijke oplossing
5. Kiezen van de oplossing die het beste past
6. Uitvoeren van de oplossing
7. Evalueren

Bij de stap Ďgeneren van oplossingení is het interessant als er gekeken wordt naar out-of-the-box-oplossingen. Het nadenken over een oplossing die heel vreemd is Ė of misschien wel helemaal niet kan -, werpt soms een heel ander licht op de situatie, waardoor een cliŽnt het probleem anders kan gaan ervaren. Vaak gaat dit met humor gepaard, waardoor de zwaarte ook even van het probleem af kan zijn.

Praktijkvoorbeeld out-of-the-box-oplossing

Ik kan het volgende praktijkvoorbeeld geven.
Een cliŽnt van mij, Jan, had een probleem met zijn nieuwe leidinggevende. Hij werkte al 25 jaar op de afdeling Klantenservice van een technische groothandel, had het prima naar zijn zin, maar moest erg wennen aan bepaalde veranderingen.

Het bedrijf had verschillende andere bedrijven overgenomen, waardoor de klantenservice erg groot was geworden. Sinds een half jaar was een coŲrdinator aangesteld om leiding te geven aan het werkproces. Jan vond het lastig dat hij niet meer alles kon doen zoals het altijd ging, en had moeite met het feit dat hij leiding kreeg van iemand die, zo zei hij, Ďnog nooit een schroevendraaier in haar handen heeft gehadí.

Ik heb samen met Jan de methode PST toegepast. Bij het out-of-the box denken hebben wij samen verschillende oplossingen uitgewerkt. Een oplossing was het "wegwerken" van de leidinggevende en gewoon alles weer lekker op de oude manier doen. Toen we deze oplossing gingen uitwerken in het plan van aanpak, bleek dat Jan met andere ogen ging kijken. Het was eigenlijk best een leuke collega, en ze verdiende het niet om haar baan kwijt te raken. En daarbij merkte Jan dat hij dan zelf weer verantwoordelijk werd voor de tijdigheid, het afwikkelen van klachten e.d.

Door op een andere wijze te kijken kon hij uit zijn koker van boosheid en frustratie stappen en kijken naar de voordelen van het hebben van een coŲrdinator. Hij was beter in staat te zien waar zijn frustratie lag, en dat dit niet lag bij de werkrelatie met de coŲrdinator maar wel te maken had met het wennen aan veranderingen.

Uiteindelijk is onder leiding van bmw een gezamenlijk gesprek geweest met Jan en de coŲrdinator. De coŲrdinator gaf in dat gesprek aan dat de afstandelijke en boze houding van Jan maakte dat zij nog meer op hem ging letten. De gevoelens over en weer zijn goed uitgesproken.

Na een half jaar was ik weer op deze afdeling en gaven zij beiden los van elkaar aan dat het goed ging. Jan was haar vraagbaak geworden voor technische details, en kon zich weer richten op het werk dat hij echt leuk vond: het beantwoorden van de technische vragen van de klanten.

Vriendelijke groet, Joyce Neijenhuis

Afbeelding: De kat van SchrŲdinger. LOGO voor Korean Wikipedia's event of Month of Science. Gemaakt door Jjw [CC BY-SA 4.0(https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)], via Wikimedia Commons. Met deze naamsvermelding vrij van auteursrechten: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:LOGO_for_Korean_Wikipedia%27s_event_of_Month_of_Science.svg?uselang=nl


Helpen bij het maken van keuzes

Thema 1 van serie Forum, 10 september 2018



















 Keuzes maken is niet altijd makkelijk. Zoals voor de zeventiende-eeuwse Mooie Alie op dit schilderij. Ze weet niet wie ze als huwelijkspartner moet kiezen. Want, wil ze luxe of liefde? Ze leunt half tegen de jongere man aan terwijl de oude man haar probeert te verleiden met een zak met geld, waar ze al wat uit lijkt te willen pakken. Ze wordt heen en weer getrokken door haar gevoelens en verlangens. 
Misschien heeft ze haar hele leven alleen armoede gekend en zou ze daar heel graag van verlost worden. Maar ja, dan zal ze wel naar bed moeten met die oude man. Misschien is ze verliefd op de vrolijke jongeman maar betekent dat een leven lang ploeteren voor de kost. Misschien duizelt het haar en kan ze niet goed nadenken.   

Soms voelen we ons niet in staat om een beslissing te nemen en zoeken we er hulp bij. Maar ook met die hulp willen we de beslissing uiteindelijk zelf kunnen nemen, zonder ergens toe gedwongen te worden.

Het vermogen tot zelfbeschikking

Daarom geldt voor cliŽnten het recht op zelfbeschikking. Maar hoe zit het dan als iemand niet in staat is om keuzes te maken? Hoe kunnen we dan helpen zonder dat recht op zelfbeschikking aan te tasten?
Door ziekte en in tijden van crisis kan het vermogen tot zelfbeschikking tijdelijk verminderd zijn, en ook verschilt dat vermogen per mens: de ene mens is beter in staat om besluiten te nemen dan de andere. Dat laatste merkte Helen Perlman aan haar cliŽnten (in de VS, 20ste eeuw). Die hadden in hun jeugd weinig keuzes gehad. Ze hadden niet het gevoel ontwikkeld dat ze invloed hadden op hun leven, dat ze vrij waren om hun eigen keuzes te maken. Sommige cliŽnten waren gewend om snel en impulsief te reageren, wat hen soms duur kwam te staan.

Helpn bij het maken van keuzes

Daarom beschreef Perlman (1) hoe sociaal werkers het vermogen tot zelfbeschikking konden helpen bevorderen, met behoud van het recht op zelfbeschikking. Volgens haar kon dat door samen met cliŽnten veel te oefenen in het maken van keuzes; allerlei soorten keuzes, kleine en grote, dagelijkse en minder dagelijkse.

Dat oefenen hield een gezamenlijk onderzoek in dat alle stappen van een besluitvormingsproces doorloopt: het waarnemen van de situatie, het overwegen van handelingsopties, het verantwoordelijkheid nemen voor de beslissing en het overzien van de gevolgen van die beslissing. Perlman beschreef bij iedere stap de rol die de sociaal werker erbij had:

1. Waarnemen. De sociaal werker vraagt bv.: ĎWat zie je als moeilijkheden, klein of groot?í Hij of zij helpt om het probleem of de vraag duidelijk en realistisch in beeld te brengen en te begrijpen, niet gekleurd door heftige gevoelens, grote stress en dringende behoeften.
Ook helpt de sociaal werker de cliŽnt in te zien hoe hij of zij met bepaalde reacties mogelijk zelf onderdeel is van het probleem.

2. Overwegen. Nu wordt bewust bekeken, gevisualiseerd, welke acties en reacties mogelijk zijn. De mogelijkheden van de cliŽnt, van de sociaal werker, de instelling en uit de sociale context van de cliŽnt worden op een rij gezet. Vragen zijn bv.: ĎWelke acties en reacties zijn mogelijk, geschikt, nuttig? Wat gebeurt er waarschijnlijk bij de verschillende opties? Wat is daar slecht aan, wat goed, hoe voel je je daarbij?í
Bij iedere optie worden ook de reacties en gevoelens van anderen betrokken, dus een verdere vraag kan zijn: ĎWie zal het kwetsen of helpen?í
De sociaal werker stelt vragen die tot denken aanzetten, doet suggesties, is steunend of provocerend en bevestigt herhaaldelijk dat het moeilijk is om situaties te overdenken en niet impulsief te reageren.
Ook helpt de sociaal werker te beseffen en te accepteren dat elke keuze een keuze is tussen minder goed en minder slecht: er zijn geen perfecte oplossingen in het leven.

3. Beslissen. De cliŽnt beslist. De sociaal werker helpt de cliŽnt beseffen dat hij/zij de keuze zelf maakt.

4. Gevolgen overzien. De sociaal werker helpt de cliŽnt om te gaan met de moeilijkheden die gevolg zullen zijn van de keuze en met het verteren van de teleurstellingen die inherent zijn aan de keuze.

Perlman besteedde veel aandacht aan stap 2, het overwegen. Maar die stap hoeft natuurlijk niet altijd de moeilijkste te zijn. Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat een cliŽnt stap 3 het moeilijkst vindt omdat hij of zij de knoop niet durft door te hakken, of stap 4, omdat er altijd wel iemand is die niet blij zal zijn met zijn of haar beslissing.

De stappen in een keuzeproces en de hulp daarbij, zoals Perlman die nu zoín 50 jaar geleden beschreef, zijn erg interessant. We zijn benieuwd hoe sociaal werkers dat tegenwoordig doen. Daarom vragen we jou hieronder of je kunt beschrijven hoe jij een cliŽnt hebt geholpen bij het maken van een keuze.

Vragen aan jou
  • Heb jij wel eens een cliŽnt begeleid bij het maken van een keuze? Kun je vertellen hoe dat ging?
  • Herken je daarin (een deel van) de vier stappen van besluitvorming en de rol van de sociaal werker zoals Perlman die beschreef? Of heb je het heel anders aangepakt?

Noten
(1) Helen Perlman, ĎSelf-determination: reality or illusion?í In: F.E.McDermott (1975), Self-determination in social work, Routledge & Kegan Paul, London and Boston,  p. 65-79. Marie Kamphuis Archief, inventarisnummer 1.7

Afbeelding
Claes Corneliszoon Moeyaert (circa 1592-1655): Mooie Alie en haar aanbidders: de keuze tussen jong en oud. Afbeelding is vrij van auteursrechten: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:SB_6415-Mooy-Aal_en_haar_aanbidders-De_keuze_tussen_jong_en_oud.jpg


De serie Verleden in Beeld (2016-2018)

De serie Verleden in Beeld is hieronder in pdf's te lezen. Deze serie ging over de wordingsgeschiedenis van het sociaal werk, vanaf het Indiase hindoeisme (3000 v. C.) tot en met de Nederlandse twintigste eeuw. Gaandeweg is bij het schrijven van de serie steeds meer aandacht besteed aan vrouwen, als ontvangers en als gevers van hulp.

Afbeelding rechts:Elisabeth van ThŁringen: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Elisabet_av_Th%C3%BCringen.jpg?uselang=nl

Bij de serie Verleden in Beeld heb ik me laten leiden door de definitie van sociaal werk op https://www.movisie. nl/ artikel/ internationale- wereld-social-work: ĎSocial work is a practice-based profession and an academic discipline that promotes social change and development, social cohesion, and the empowerment and liberation of people. Principles of social justice, human rights, collective responsibility and respect for diversities are central to social work. Underpinned by theories of social work, social sciences, humanities and indigenous knowledge, social work engages people and structures to address life challenges and enhance wellbeing.í


De Uitgelichtjes in de pdf's hieronder gingen over actuele onderwerpen in het sociaal werk, verbonden met een bron uit het Marie Kamphuis Archief:


 
 
normaal groter grootst