Marie kamphuis stichting

Tekstgrootte

MKS Leerstoel


Grondslagen van het maatschappelijk werk

In 1994 werd Geert van der Laan de eerste (bijzondere) hoogleraar maatschappelijk werk in Nederland. Voor de financiering van deze leerstoel werd de Marie Kamphuis Stichting opgericht. Geert bekleedde deze leerstoel tot 2008, maar moest om gezondheidsredenen stoppen.
 
Hans van Ewijk werd in 2009 aangesteld op basis van een zogeheten ‘structuurrapport’. Het rapport positioneert het maatschappelijk werk als een werksoort die zich bij uitstek richt op burgers die een zwakke sociale positie innemen waarbij positieverbetering als ‘bijdrage aan humanisering van het samen leven’ centrale opgave is. Het rapport bepleit om het micro-, meso en macroniveau (nog) sterker met elkaar te verbinden en de aansluiting bij het internationaal discours over social work te versterken.

Margo Trappenburg is de derde en huidige bijzonder hoogleraar Grondslagen van het maatschappelijk werk aan de Universiteit voor Humanistiek.

Margo Trappenburg is sinds 1 oktober 2014 bijzonder hoogleraar namens de Marie Kamphuis Stichting aan de Universiteit voor Humanistiek. Ze is de opvolger van Hans van Ewijk. Op verzoek van het bestuur van de MKS heeft zij haar visie gegeven op de leerstoel.

Margot Trappenburg. Foto: Marie Kamphuis StichtingIk deed eerder onderzoek naar veranderingen in professies onder invloed van maatschappelijke en beleidsmatige veranderingen: wat gebeurt er met huisartsen en specialisten als zij geconfronteerd worden met steeds mondiger patiënten? Wat gebeurt er met een beroepsgroep als steeds meer leden vrouwen zijn die parttime willen werken? Hoe verandert een beroep als er marktwerking wordt geďntroduceerd? In de komende jaren zal ik mijn onderzoek richten op veranderingen in de beroepsgroep van sociaal werkers (in het bijzonder maatschappelijk werkers) onder invloed van de omslag van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij.

De transitie van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving betekent voor professionals in hulpverlenende beroepen (maatschappelijk werkers, maar ook jeugdhulpverleners, ziekenverzorgenden, thuiszorgmedewerkers) dat hun werkzaamheden (gedeeltelijk) worden gedeprofessionaliseerd. Familieleden, buren, vrienden, kennissen en vrijwilligers worden geacht taken op zich te nemen op vrijwillige basis. In veel organisaties op het terrein van zorg en welzijn zal een deel van het personeel worden ontslagen. Het is denkbaar dat juist op deze hulpverleners een beroep zal worden gedaan om vrijwillig hulp te gaan verlenen in hun (sociale) omgeving, wat voor maatschappelijk werkers – die ooit zijn begonnen als onbetaalde armenzorgsters – een terugkeer zou betekenen naar de situatie van voor de Tweede Wereldoorlog.

Haaks op de trend naar deprofessionalisering in de hulpverlening (en waarschijnlijk deels in reactie daarop) is ook sprake van een roep om verdere professionalisering. Sociaal werkers (maatschappelijk werkers en andere sociaal werkers) worden aangespoord om duidelijk te maken waar hun meerwaarde ligt. Waarin verschilt de professionele hulpverlener van de broer of de buurvrouw van de cliënt? Die meerwaarde zou moeten liggen in methodisch werken met bewezen waardevolle methoden: "evidence based” hulpverlening. In het recent verschenen rapport Sociaal werk op solide basis dringt de Gezondheidsraad aan op verbetering van de kennisinfrastructuur, meer inzicht in en verspreiding van kennis over het effect van interventie en op registratie van de beroepsgroep.

Tussen de trend naar deprofessionalisering en die naar professionalisering lijkt zich een tendens af tekenen die als een mix van beide kan worden gekarakteriseerd. Hulpverleners (maatschappelijk werkers en andere) worden geacht meer generalist te worden en meer samen te werken met anderen anderzijds (bijvoorbeeld in de wijkteams die in veel gemeenten worden ingezet om kwetsbare burgers op te sporen en te ondersteunen). Hogescholen beraden zich op de vraag hoe hun studenten moeten worden voorbereid op een loopbaan waarin generalistische competenties worden verlangd (zie het recente rapport Meer van waarde, door de verkenningscommissie hoger sociaal-agogisch onderwijs).

Ten slotte zien we dat hulpverleners – meer nog dan vroeger – worden ingezet in algemene voorzieningen (in plaats van specifieke zorgorganisaties): scholen, politie, bedrijven. Dit past in de ontwikkeling van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving: burgers met beperkingen (psychiatrische aandoeningen, verstandelijke beperkingen, leerproblemen) worden niet langer opgevangen in gespecialiseerde instituties, maar blijven of komen terecht in de gewone maatschappij, waar evenwel dan aanvullende expertise nodig is om mensen adequaat te kunnen begeleiden.

Ik doe onderzoek naar de vraag a) hoe maatschappelijke ontwikkelingen doorwerken in het werk en de professionele ethiek van hulpverleners (maatschappelijk werkers en anderen) en b) wat de boven aangeduide processen van deprofessionalisering en professionalisering betekenen in de praktijk.
 
Margot Trappenburg, 21 september 2015
Kijk voor meer informatie op www.margotrappenburg.nl

Helpen als ambacht: Arbeidsdeling in de participatiemaatschappij
Op vrijdag 29 april 2016 heeft prof.dr. Margo Trappenburg haar inaugurele rede Helpen als ambacht: Arbeidsdeling in de participatiemaatschappij uitgesproken in de Pieterskerk te Utrecht, ter gelegenheid van haar benoeming tot bijzonder hoogleraar Grondslagen van het maatschappelijk werk aan de Universiteit voor Humanistiek.

De rede is een beperkte oplage in boekvorm verschenen (ISBN 978-90-8253-5808).
De tekst kan gratis gedownload worden vanaf de site van de Universiteit voor Humanistiek of bekijk het fotoverslag van de oratie.



Hans van Ewijk

Op verzoek van het bestuur van de MKS heeft Hans van Ewijk zijn visie gegeven op de leerstoel die hij van 1 oktober 2009 tot 1 oktober 2014 heeft bekleed.

Legitimering en positionering van maatschappelijk werk
De komende jaren wil ik graag de focus van de leerstoel richten op het vraagstuk naar de legitimering en positionering van maatschappelijk werk binnen het social work debat. Ik zoek dat vooral in de eigenheid van het maatschappelijk werk als het gericht zijn op het sociaal functioneren van mensen in hun directe leefomgeving. Maatschappelijk werk is geen verlengstuk van het behandelen van stoornissen noch van het achterstandsbeleid. Onze sterkste kant ligt in mensen helpen bij een zinvol en adequaat sociaal functioneren. En het is mijn overtuiging dat juist het sociaal functioneren van mensen het kernprobleem is van de hoogontwikkelde verzorgingsstaat.

Hans van Ewijk. Foto: Marie Kamphuis Stichting.Mensen staan voor de zware taak om de dagelijkse complexiteit te managen en dat vaak in een weinig ingebedde en gestructureerde omgeving en met een veelheid van eisen en verwachtingen vanuit de samenleving. De steun in het sociaal functioneren ligt vooral in de directe leefomgeving en veel minder in de institutionele arrangementen. We staan voor een flinke kanteling van hulpverlening achter de instituutsdeur naar hulpverlening achter de eigen voordeur. De tweede kant van mijn opdracht is om maatschappelijk werk een stevige plek te geven in de verbreding naar social work of sociaal werk.

De talloze verschillende functies en opleidingen in het sociale domein vragen om een stevige onderlinge verbinding en externe profilering. Het mooie beeld van de stam (social work) en takken (zoals maatschappelijk werk) vraagt om verdikking van de stam en diepere wortels. Maatschappelijk werk heeft hierin heel veel te bieden en komt historisch gezien van een integrale benadering van werken met individuen, groepen en buurten. Internationaal zien we dat social work ook weer terug is om zich over de volle breedte van de sociale beroepen en voorzieningen te ontfermen.

Met deze ambitie bouwt de leerstoel voort op het werk van Geert van der Laan maar verbreedt en verlegt tegelijk het perspectief. In de afgelopen jaren lag een accent op het meer wetenschappelijk en methodisch uitbouwen van wat we de kernmethodiek van het maatschappelijk werk kunnen noemen. Practice based evidence, de morele dilemma’s, de professionalisering als innerlijk proces van de beroepsgroep kregen hun kracht en uitstraling binnen het raamwerk van het casework en daarmee samenhangende methodieken. Dit werk wordt intussen voortgezet in verschillende promotieonderzoeken, het werk van lectoren en hun kenniskringen in het domein zorg en welzijn en in de kennisinstituten. Nog nooit is zoveel onderzoek, theorie- en methodiekontwikkeling tegelijk ter hand genomen. De leerstoel zie ik daarom vooral als een mogelijkheid om bij te dragen aan een evenwichtig en samenhangende uitbouw van het handelings- en kennisdomein van social work en daarbinnen het maatschappelijk werk; en als het terugveroveren van sociaal werk als een wetenschappelijk domein waarbij de uitvoeringspraktijk leidend is.

Omschrijving leeropdracht
Op basis van het structuurrapport omschrijven we de leeropdracht als:
Bevorderen van de reflectie en wetenschappelijke onderbouwing van het maatschappelijk werk met als doel humanisering van de samenleving, in het licht van het actuele discours over de welvaartstaat en social work. De aandacht gaat uit naar de dominante en de nieuwe handelingspraktijken en naar vernieuwende concepten en theorieën in het social work domein.
De leeropdracht krijgt vorm door overdracht, onderzoek, begeleiding en samenwerking. De omvang van een 0.2 leerstoel leent zich niet voor geďsoleerde ambities en missies. De leeropdracht kan alleen effectief zijn als deze zich plaatst in een heel palet aan samenhangende ontwikkelingen en onderzoeken. Ook in persoonlijke zin maakt de leerstoel deel uit van een bredere context: die van lector aan de Hogeschool Utrecht met het accent op het onderzoeksprogramma ‘grondslagen van social work’ en een gasthoogleraarschap aan de Universiteit van Tartu (Estonia) met het accent op ‘International social policy and social work’.

Uitnodiging
Ik zou het geweldig vinden als de komende jaren alle inspanningen in het uitvoerend werk, het beleid, het onderwijs en de wetenschap leiden tot een krachtig sociaal werk met een duidelijk gezicht en maatschappelijke erkenning waarin de maatschappelijk werker een kernprofessional is. We hebben het economische tij tegen maar de urgentie om mensen in hun sociaal functioneren te sterken mee.

Hans van Ewijk, 16 juni 2010.

Maatschappelijk werk in een sociaal gevoelige tijd - Hans van EwijkOp maandag 8 november 2010 heeft prof.dr. Hans van Ewijk zijn inaugurele rede Maatschappelijk werk in een sociaal gevoelige tijd uitgesproken, ter gelegenheid van zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek.

De 44 minuten durende rede kan terug geluisterd worden via HUMAN. De tekst is, aangevuld met twee hoofdstukken, in boekvorm gepubliceerd door SWP, en kan tevens gedownload worden vanaf de site Canon van het Sociaal Werk, ook in het Engels als Social work in socially sensitive times.

Op 1 oktober 2014 nam prof.dr. Hans van Ewijk na vijf jaar afscheid als bijzonder hoogleraar Maatschappelijk Werk aan de Universiteit voor Humanistiek.
Bekijk hier een verslag in foto's.



Geert van der Laan

Van 1994 tot 2008 was Geert van der Laan de eerste leerstoelhouder. Bij zijn afscheid als hoogleraar in 2009 schreef Harry Hens, bestuurslid van de Marie Kamphuis Stichting, onderstaande column.

Afscheid van een Groninger
Op 1 oktober van dit jaar is prof.dr. Hans van Ewijk benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. De leerstoel die Hans gaat bekleden is die van bijzonder hoogleraar in de ‘Grondslagen van het maatschappelijk werk’, ingesteld door de Marie Kamphuis Stichting. Daarover wil ik het echter niet hebben. Over wat Hans van Ewijk met het maatschappelijk werk voor heeft, horen we ongetwijfeld de komende jaren meer. In deze column wil ik stilstaan bij de man die gepassioneerd meer dan tien jaar die stoel leven heeft ingeblazen en warm gehouden: Geert van der Laan.

Geert van der Laan, 26 mei 2011. Foto: Jos Kuklewski JK Images.Vanaf 1994 was hij bijzonder hoogleraar maatschappelijke werk. Eerst tien jaar bij de Universiteit van Utrecht en vervolgens nog een kleine twee jaar bij de Universiteit voor Humanistiek.
Op 1 januari 2009 heeft Geert als gevolg van ziekte zijn werkzaamheden moeten beëindigen. Dat is heel verdrietig en reden te meer om aandacht te besteden aan de verdiensten van deze eerste hoogleraar maatschappelijk werk van Nederland. Of Van der Laan echt de eerste is, wordt door historici betwist, maar ik ga nu niet nuanceren.

Geert komt uit Groningen. Na zijn studie bedrijfspsychologie aldaar begon hij aan zijn loopbaan. Hij promoveerde in 1990 op een proefschrift over legitimatie in het maatschappelijk werk, inmiddels een klassieker. Daarna volgde in 1994 het hoogleraarschap, waardoor hij verzeild raakte in de randstad. Maar Groningen zou nooit uit zijn systeem verdwijnen. Hij had daar dan ook een onuitputtelijke voedingsbodem, al was het alleen maar vanwege zijn contact met de levende legendes van het maatschappelijk werk, Marie Kamphuis en Bertje Jens. En mocht iemand twijfelen aan zijn afkomst, dan hielp Geert je je daar wel aan herinneren. Iedereen die hem beter kende, kan zijn gevleugelde uitspraak dromen – nagenoeg in iedere situatie toepasbaar: ‘Ach, dat deden wij in Groningen vijftien jaar geleden al.’

Het instellen van een leerstoel maatschappelijk werk, begin negentiger jaren, was een markeringspunt. Nadat Marie Kamphuis in de naoorlogse jaren het maatschappelijke werk een professionele injectie had gegeven, was al deze vruchtbare arbeid in de revolutionaire jaren zestig en zeventig bij de schroothoop gezet. Na het likken van de wonden begon midden jaren tachtig een voorzichtige revival van de werksoort. Wapenfeiten waren een nieuw Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker en de leerstoel. Met zijn promotie haakte Geert van der Laan precies aan bij deze herwaardering. Hij maakte zich ermee sterk voor het maatschappelijk werk, dat te lijden had onder legitimatieproblemen, vanwege het zogenaamde ‘vage product’.

Het was dan ook niet onlogisch dat Geert de eerste hoogleraar maatschappelijk werk werd. Tijdens zijn hoogleraarschap is Geert consequent deze missie blijven verkondigen. In zijn oratie, Leren van gevallen, gaf hij richting aan hoe volgens hem de verbinding tussen praktijk en theorie teruggevonden moest worden. Het permanent hameren op dit aambeeld leverde hem ook wel eens de kritiek op dat hij te veel stokpaardjes bereed. Maar dat deerde de praktijk niet, want maatschappelijk werkers omarmden hem. En hij wist zijn boodschap ook steeds in een vernieuwend jasje te steken. Zo verwees hij in zijn oratie in 2006 naar Helpen als ambacht van Marie Kamphuis, waarin ze stelt dat maatschappelijk werk geen techniek is, maar een kunst. Deze ambachtelijkheid wordt bedreigd, zo stelt Geert, onder invloed van processen van rationalisering: ‘De professionals worden te weinig als de experts gezien, maar als "uitvoerend werker” in een productmatige managementbenadering.’ Hij bepleitte de teruggave van vertrouwen en verantwoordelijkheid aan de professional. Het is jammer dat Geert zijn nieuwe periode bij de Universiteit van Humanistiek niet heeft kunnen afmaken, zeker gezien het motto van deze universiteit: ‘De mooiste studie is de mens’. Want die mens was uiteindelijk het begin- en eindpunt van zijn inspanningen. Voor Geert was dat niets nieuws, want ‘in Groningen deden we dat vijftien jaar gelden al zo’.

Harry Hens werkt bij MOVISIE Beroepsontwikkeling en is bestuurslid van de Marie Kamphuis Stichting.
Bovenstaande column verscheen eerder in Maatwerk, jaargang 10 (2009), nummer 6, p. 7, met vriendelijke toestemming van de uitgever.


 
 
normaal groter grootst